De Vevor-dieselkachel proefdraaiend naast de bus, met luchtslang en uitlaatdemper

Een dieselkachel in je caravan of camper: wat ik onderweg leerde

± 7 min lezen

Vrienden die hun caravan aan het opknappen zijn, vroegen me laatst naar een dieselkachel. Een goede vraag, want er zijn genoeg manieren om warm te blijven: een elektrisch kacheltje op walstroom, een elektrische deken, een kruik, of gewoon een extra trui. Die gebruik ik allemaal nog steeds.

Maar zodra je van de walstroom af gaat, wordt elektrisch verwarmen lastig. Een kacheltje van 950 W trekt je accu in een paar uur leeg. Een dieselkachel haalt zijn warmte uit brandstof en gebruikt stroom alleen voor de ventilator, de pomp en het opstarten. Daarom zit er sinds kort een in mijn camper Bassie.

Handig om te weten: je auto hoeft er niet op diesel voor te rijden. Bassie rijdt op benzine en LPG; de kachel heeft gewoon een eigen tankje van 10 liter.

Wat ik heb gekocht

Ik koos een Vevor van 8 kW op 12 V, met een eigen tank en bediening via een afstandsbediening en Bluetooth. Een paar dingen die ik achteraf anders zou bekijken:

  • 8 kW is veel. In een busje of caravan is zelfs de laagste stand vaak al te warm. Mijn bus is (nog) niet geïsoleerd en toch is de kachel te sterk. Kijk bij een caravan eerder naar 2 tot 5 kW.
  • Niet elke 8 kW is 8 kW. Bij de goedkope merken worden kachels van 3 of 5 kW soms als 8 kW verkocht. Lees reviews, of meet het zelf.
  • De app. Voor de Bluetooth-bediening moest ik een app van een obscure website downloaden. Dat vertrouwde ik niet, dus ik bedien de kachel nu via mijn eigen systeem (zie verderop).
  • De pomp tikt. De doseerpomp maakt een hoorbaar tikkend geluid. Bij de verbouwing van Bassie gaat de pomp daarom buiten de bus.
De Vevor-dieselkachel proefdraaiend naast de bus, met luchtslang en uitlaatdemper

Inbouwen: denk aan lucht, uitlaat en stroom

De kachel hangt bij mij onder de bus, op een eigen gelast frame op de plek van de oude benzinekachel (een Eberspächer BA6 uit de jaren zeventig). Zo kost hij binnen geen ruimte en hoefden er geen nieuwe gaten in de vloer. De luchtinlaat zit ook onder de bus en de uitlaat blaast aan de rand van de bus naar buiten weg. Staat de wind verkeerd, dan waait het uitlaatgas toch onder de bus, en precies daar zit het klepje waarlangs ik ventileer. Daarom ventileer ik op een bepaalde manier (zie verderop).

Waar je bij elke inbouw op moet letten:

  • Verbrandingslucht en uitlaat horen buiten. Een dieselkachel heeft een gesloten verbranding: de lucht voor de vlam komt van buiten en de uitlaatgassen gaan naar buiten. De warme lucht in je caravan komt nooit met de vlam in aanraking.
  • Uitlaat weg van ramen, deuren en je ventilatie-inlaat. Anders zuig je je eigen uitlaatgas weer naar binnen.
  • Een CO-melder is verplichte kost. Ik gebruik een 3-in-1 gasalarm dat ook koolmonoxide meet, met daarnaast een CO₂-melder.
  • Dikke kabels en een goede zekering. De gloeibougie trekt bij het starten flink stroom.

Het grootste probleem: pendelen

De ingebouwde thermostaat van de kachel warmt traag op en werkt met een eigen temperatuursensor in stappen van een hele graad. In een kleine ruimte schiet de temperatuur daarna flink over het doel heen. De kachel slaat af, de ruimte koelt af tot ruim onder het doel, en dan start hij weer. In mijn bus pendelde de temperatuur zo met 6 tot 8 graden verschil op en neer.

Dat pendelen is om drie redenen vervelend:

  1. Opstarten is duur. Tijdens het starten gloeit de bougie en draait de pomp op het hoogste toerental. Een start kost dus meer diesel en stroom dan een tijd rustig branden.
  2. Het is onrustig. Elke start en stop hoor je: de ventilator die opspint, de pomp die tikt en het nablazen.
  3. Het vervuilt de kachel. Veel korte branduren worden vaak genoemd als oorzaak van roetaanslag.

Wat je wilt is een kachel die op een laag vermogen lang en rustig doorbrandt, net genoeg om het warmteverlies van je bus bij te houden. Eén kanttekening: ik hoor ook vaak dat een kachel die lang alleen laag draait juist roet ophoopt. Het advies is daarom om hem af en toe een tijdje op vol vermogen te laten branden, zodat hij zichzelf schoon brandt. Daar heb ik zelf nog geen ervaring mee.

Schematische grafiek van het opwarmen van een koude bus naar 18 graden, met de eigen thermostaat van de kachel en met een eigen regeling 22 °C 19 °C 16 °C 13 °C 10 °C doel 18 °C kachel brandt (eigen thermostaat) 2 uur → eigen thermostaat kachel eigen regeling
Schematische weergave van een koude bus die naar een comforttemperatuur van 18 °C moet. De eigen thermostaat van de kachel (gestippeld) blijft lang op een middenstand hangen, schiet daarna over het doel heen en zakt er weer ruim onder: 6 tot 8 graden verschil, met telkens een nieuwe start. Mijn eigen regeling (doorgetrokken) zet de kachel bij een groot verschil direct op stand 10, is veel sneller op temperatuur en brandt daarna rustig door.

Hoe ik dat heb opgelost

Daarom heb ik een eigen algoritme gebouwd. Het draait op een klein ESP32-bordje dat via Bluetooth met de kachel praat, met dezelfde opdrachten als de app. De code voor die koppeling is open source. Het bordje regelt zichzelf. Home Assistant, het systeem dat de rest van Bassie regelt (meer daarover op automatisering), gebruik ik alleen om de temperatuur in te stellen en de metingen te bekijken. Valt Home Assistant weg, dan regelt het bordje gewoon door.

In plaats van de kachel zijn eigen temperatuur te laten regelen, meet een losse sensor in de bus de temperatuur op een tiende graad nauwkeurig. Mijn eigen regeling kiest dan elke paar seconden het vermogen. Dichtbij het doel gaat hij langzaam, en vlak voor het doel houdt hij de kachel op het laagste vermogen, zodat hij niet uitslaat.

Hoe die regeling werkt, met formules en metingen, lees je in de technische uitwerking op CZYK. Solutions.

Omdat de kachel nu ook aan Home Assistant hangt, regelt dat er een paar dingen omheen. Die automatiseringen draaien in Home Assistant, niet op het bordje:

  • Rijd ik weg, dan gaat de kachel uit. Net als de verlichting en de ventilatie.
  • Ga ik van de bus weg, dan gaat de kachel naar 2,5 °C. Dat is vorstbeveiliging. De ingebouwde thermostaat kan niet lager dan 8 °C.

En het bordje zelf houdt bij:

  • Ik zie hoeveel diesel ik verbruik. Uit de pompsnelheid reken ik het verbruik uit: van ongeveer 0,16 liter per uur op de laagste stand tot 0,36 liter per uur op de hoogste. Een koude nacht kostte me zo'n halve liter, met diesel van €2,40 per liter ongeveer €1,20.

Warm én frisse lucht

Een dieselkachel geeft droge warmte. Anders dan bij een gasbrander zonder afvoer of bij kaarsen komt er geen vocht of verbrandingsgas in je bus. Dat helpt tegen condens, en het maakt een dieselkachel ideaal om natte was droog te krijgen.

Je adem doet dat wel. In een kleine, dichte ruimte loopt CO₂ snel op en het vocht van je adem slaat neer op koude ramen. Ventileren blijft dus nodig, ook als het koud is. Bij Bassie regelt de dakventilator zichzelf op CO₂. Hij blaast bewust verse lucht van boven naar binnen. De lucht gaat eruit via het klepje in de motorkap tussen de voorstoelen, dat ik op een kier zet. Zo staat de bus op lichte overdruk en trekt hij geen uitlaatgas van onder de vloer naar binnen.

Hangt je kachel onder de bus, zoals bij mij? Laat je ventilator dan niet afzuigen, maar blazen. Een afzuigende ventilator zorgt voor onderdruk, en dan komt de lucht binnen via elke kier, ook die vlak bij de uitlaat. Meer over CO₂ en inblazen lees je in slim ventileren.

Kort samengevat

  • Kies een kachel die past bij je ruimte. Te groot geeft pendelen.
  • Laat verbrandingslucht en uitlaat buiten, houd de uitlaat weg van ramen en inlaten, en hang een CO-melder op.
  • Voorkom dat de kachel steeds aan- en uitslaat. Een losse temperatuursensor en een slimme regeling helpen enorm.
  • Blijf ventileren, ook in de winter. Hangt je kachel onder de bus, blaas dan in.

Gebruikte producten